Tot eind 19e eeuw werd de melk meestal door boeren zelf verwerkt tot zuivelproducten en rondgebracht. Vanaf eind 19e eeuw ontstonden vele kleine zuivelfabrieken: boter- en kaasfabrieken op het platteland en de melkinrichtingen in de stad. De melkproductie steeg sterk, en de fabrieken namen de productie en distributie van de boeren over. Vaak waren dit ladbouwcoöperaties waarbij boeren zich aansloten om een goede melkprijs te krijgen.
Onder druk van efficiency en kostenbesparing fuseerden veel zuivelfabrieken in de tweede helft van de 20e eeuw tot grote zuivelconcerns, die Nederlandse zuivel exporteren over de hele wereld.
Navigeer zelf snel binnen de landbouw:
Of snel binnen de zuivel: