In het begin van de 20ste eeuw groeide het aantal coöperaties en actieve overheidsinterventies (subsidies). Inkoopcoöperaties, vooral voor kunstmest en veevoer, boden voordelen aan relatief kleine boerenbedrijven, omdat ze schaalvoordelen konden benutten. Coöperaties hadden ook meer invloed op de inkoopprijzen dan individuele boeren. Bovendien werden coöperaties gevormd voor de verwerking en verkoop van zuivel, suiker, aardappelen, en er ontstonden coöperatieve veilingen voor de handel in tuinbouwproducten. De vernieuwingsslag in de landbouw werd ook bevorderd door de komst van de coöperatieve boerenleenbanken.
Navigeer zelf snel binnen de landbouw:
Of snel binnen de zuivel: